Voor Margot


Artikel in Dagblad Trouw 24-02-2020
Artikel Theaterkrant
Artikel AD 31-01-2020
rouwadvertentie van de Volkskrant van 3 februari
Rouwkaart Margot

Klik om te vergroten


Artikel Theaterkrant en Dagblad Trouw


Klik hier voor het artikel in Dagblad Trouw
Zie hier het In Memoriam van de Theaterkrant

 


Lieve Margot


In memoriam 1

Lieve Margot,

Janhenk heeft me gevraagd een  ‘in memoriam’ voor je te schrijven. Omdat je dood bent. Het gevolg daarvan is dat ik nu al een halve dag naar mijn scherm tuur. Want het is één ding op te schrijven dat je dood bent, datzelfde feit acceptéren is van een totaal andere orde. Iets in mij weigert pertinent het idee van een niet ademende jij, van een jij die haar ogen niet meer opent. Van een jij die niet meer onderweg is of godbetere, van een jij zonder woorden.

Ik troost me met de gedachte dat dit ‘in memoriam’ van jou trouwens waarschijnlijk niet had gehoeven.  

‘Moet dat echt?’ zou je fronsend gevraagd hebben.

‘Ja, sorry, Margot. Dat hoort zo als je dood bent.’

‘Maar kan dat ding niet wat meer in de kantlijn? En mag het als-je-blieft in een wat kleiner lettertype? En met wat minder woorden?’

‘Zoiets?’

 

Vanaf

heden

is

Margot

dood.

 

‘Nee, nóg kleiner.’

‘Sorry, Margot, dit is het kleinste lettertype op mijn laptop.’

Ik herinner me de vuurpraatjes op Charme. Janhenk die (nadat hij het verhaal van het al dan niet drinkbare drinkwater had gedaan) het team van Charme voorstelde. ‘En tenslotte is dit mijn vrouw Margot, die het team onder haar hoede heeft. Zij zorgt voor alle inhoudelijke zaken. Margot, waar ben je? Laat je eens zien. ’ En altijd weer jouw brommerige, ietwat ongemakkelijke stap in het licht. Nee, het was geen verlegenheid (of misschien was het dat ook) maar het was vooral dat je de regie wilde houden over wanneer je in of uit het licht stapte.

‘En nou ben je voor altijd…’

‘Ja, maar niet omdat ik dat wilde.’

‘Nee.’

‘Ik was knettergek op het leven.’

‘Ja.’

Afgelopen december schreef ik je een brief. De kanker was teruggekomen en jij had besloten niet het hele medische circus te ondergaan en de tijd die je nog had zo goed en waardevol mogelijk te benutten. Ik wist eerst niet zo goed hoe ik de brief moest beginnen. Toen keek ik door de natgeregende ruit naar buiten. En ik schreef:

‘Er zijn net zoveel verschillende mensen als dat er druppels regen op een ruit zijn. Sommige druppels landen verticaal, alsof ze zich niet bewust zijn van de wind. Andere druppels landen schuin, keurig, zoals we meestal regen tekenen: schuine strepen; regen volgens het boekje. Er zijn druppels die heel blijven, druppels die opbreken in tweeën of drieën. Dwarse, weerbarstige druppels zijn er ook. Die spatten uiteen, ze tarten elke logica, ze weten van wind en ruiten, ze kennen de regels, ze weten hoe het hoort, maar dat is nog iets anders dan dat ze zich ook voegen naar wat er van hen wordt verwacht.

En jij schreef terug:

‘Ja, en al die regendruppels vormen plassen, rivieren en meren om uiteindelijk te eindigen in de grote oceanen. Daar is geen onderscheid tussen de ene of de andere druppel. We zijn één groot collectief met de kracht van al het menselijke, we zijn in de kern aan elkaar gelijk.’

Lieve, felle, melancholieke, verstilde, uitbundige en heerlijk weerbarstige druppel

Tot ooit

Tot in de grote oceaan,

Benny


In Memoriam 2


Margot,

Dit moet een oneerbiedige afscheidsrede worden. Want als een ‘in memoriam’ van jou al niet had gehoeven, kan ik me goed indenken dat je van zo’n afscheidsrede helemaal kriegel wordt.

Dat het een oneerbiedige afscheidsrede wordt, heb je dus aan jezelf te danken. En als er straks misschien mensen boos op me zijn omdat het echt zó verschrikkelijk oneerbiedig was, dan is dat dus jouw schuld. Dat je dat weet.

Ik ben het er overigens niet mee eens dat je dood bent. Ik vind dat je dat beter had kunnen overleggen. Het verdient geen schoonheidsprijs, sorry. Als er iemand was die de kanker een knietje in zijn edele delen had moeten geven, dan was jij het wel. Dat wist ik zeker. Want jij kreeg geen kanker, de kanker kreeg jou. En dat is een heel groot verschil. En die kanker zou spijt als haren op zijn hoofd krijgen dat ie jou ooit had uitgekozen, Margot de Jong. Dat was de bedoeling.

Je gaf vechtworkshops, god betere! Op je zeventigste!

Ik zeg het maar zoals het is. En omdat dit toch een oneerbiedige afscheidsrede moet worden, zet ik er nog een tandje bij. Ik zou willen weten waarom we in dit leven maar twee opties krijgen als we afscheid van iemand moeten nemen:  in de aarde stoppen of de brand erin.

Ik zou voor een derde optie willen pleiten: je opzetten en je vullen met stro.

Het zou voor ons behelpen zijn, ik geef het toe. Ik verheugde me er elk jaar op Charme om je warme, zachte armen om me heen te voelen. Je ‘o, wat ben ik blij dat je er bent.’ En armen gevuld met stro zijn niet echt zacht en warm, maar we zouden dat voor lief nemen.

Je zou ook niet meer op je fiets van hot naar her kunnen gaan. Maar we zouden je achterop de charry zetten. Dan kon je met de Technische dienst mee en dan kwam je toch overal.

Soms zou je bij de vergadering van Charme kwijt zijn. En dan konden we niet beginnen. Dat gaat namelijk niet zonder jou. Dat gaat écht niet zonder jou.

‘Heeft iemand Margot gezien?’ vroegen we elkaar.

Dan moesten we je zoeken.

Soms stond je nog bij beeldend. Had je model gestaan. Het kwam ook voor dat je in het avondtheater was beland. Je deed daar niet moeilijk over. De ene keer was je aangekleed als een cowboy. De andere keer was je een bedeesd omaatje met een kanten mutsje op. Overigens deed je het beter als cowboy, want bij leven was je veel (en je kleinkinderen waren gek op je) maar een bedeesd omaatje was je nooit.

Het kwam ook voor dat je op de een of andere manier bij de kleuters was beland. En al was ook je boezem van stro, je werd het meest favoriete voorleeshoekje.

Natuurlijk ging er ook wel eens iets van je stuk. In 2022 ging Blanco er vandoor met je voet. Shock maakte in 2029 een stuk over de toekomst waarin we allemaal konden vliegen. Je werd aan vier drones gehangen en het ging bijna goed. Alleen bleef een van de drones in een van de hoogste eiken hangen, zodat Janhenk je eruit moest halen. Maar toen hij er eenmaal inzat, durfde hij er niet meer uit. Zijn vriendin (ja, Margot, wees gerust, er kwam iemand voor Janhenk en ze was heel lief voor hem, al was ze ook een beetje een neuroot) zijn vriendin ging hulp halen. Uiteindelijk kwamen Stijn en Frank er met de hoogwerker aan te pas. Dat ging niet helemaal goed. Er bleef een vinger van je achter. Je middelvinger, dat dan weer wel. En in 2031 was er een deelnemer die een iets te enthousiast avondvuur had gemaakt, waarbij je neus verschroeide.

Maar het maakte ons niet uit. We hielden van je ook zonder voet en zonder middelvinger en met verschroeide neus. Zo gaan die dingen nou eenmaal.

En we hielden nog steeds zielsveel van je.

En Margot, al viel je door de jaren langzaam uit elkaar, een plukje stro hier, een plukje stro daar, het was allemaal niet zo definitief. We konden nog jaren en jaren met je vooruit. We konden langzaam wennen aan het feit dat je weg zou gaan.

Soms woei er wat stro voorbij en dan dachten we weemoedig: ach, kijk, daar gaat Margot.

Een klein, afgepast, bijna prettig stukje verdriet, dat ons met al die kleine stukjes afgepast verdriet veel beter voorbereidde op wat uiteindelijk zou gebeuren, waarvan we allemaal wisten dat het zou gebeuren: dat je van ons weg zou gaan. Maar tegen die tijd zouden we knikken, dapper knikken en zeggen: zo gaat dat. Bij het laatste strootje van je zouden we bijna kunnen zeggen: het is goed zo.

Bijna.

En we zouden je nakijken, hoe de wind je laatste strootje zou meenemen, hoe je boven ons wegwoei, hoog boven le Voisin, hoog boven je groentetuin en hoog boven het Zwarte Meertje naast de Boze Buurman. En als we al een traantje lieten, dan zou het zijn omdat we tegen de zon in moesten kijken, niets meer en niets minder dan dat. Dat zouden we tegen elkaar zeggen. We zouden zeggen: ‘Het is omdat we tegen de zon in moeten kijken, niets meer en niets minder dan dat.’

Een oneerbiedige kus op je oneerbiedige hoofd.

Daar ga je.

Wat fijn dat je er was.

 

Benny (Lindelauf)

 


Het persoonlijke verhaal van Elma


Elma ten Boekel is de opvolgster van Margot als artistiek leider van Theater Totaal, tevens hartsvriendin. 

Zij sprak alsvolgt op de uitvaart:

 

"Op dinsdag avond overleed Margot.

Op woensdag ochtend hebben wij met het team alle artiesten van Theater Totaal gebeld om dit te vertellen.

Dit is denk ik het moeilijkste wat ik in al die jaren bij Theater Totaal gedaan heb. Want Margot was zo geliefd.

Door sommige wordt ze liefkozend “ Mijn theatermama “ genoemd.

De schrik was groot.

Op donderdag ochtend kwamen we met het team en de artiesten bij elkaar in studio 1. Kaarsjes aan, gekleurde roosjes, mooie foto’s van Margot, een schaakbord, het boekje ‘ Altijd op je tenen lopen ‘ , het boekje van Derk Das en een kruin van een boom, geschilderd door Mirjam.

Met elkaar in een grote kring. Samen.

Maar niet compleet...

 

Margot had tijdens haar filosofie lessen het boekje van 

Derk Das ingebracht. ‘ Derk Das blijft altijd bij ons.’ 

Ze wilde haar aankomende dood in lichtheid bespreken. En ze wilde dat dit boekje hulp zou zijn voor als zij er niet meer was.

 

Derk Das die dood ging.

En heel veel dierbare vrienden achter liet.

Vol verdriet.

Hoe moesten zij nou verder zonder Derk Das.

Na een winter vol tranen kwam de lente.

En de dieren zochten elkaar op en vertelden hun herinneringen aan Derk Das. Want Derk had gezegt:

,, Als je veel verdriet hebt dan helpt het om te praten.”

 

Dus daar zaten we met z’n allen in studio 1. En we praatten. We haalde herinneringen op. En naast de tranen hebben we ook zo heerlijk gelachen met elkaar. Om alles wat we met elkaar hebben meegemaakt.

 

,, Weet je nog dat Margot zo vreselijk trots op mij was toen ik voor het eerst zelfstandig met het OV naar de Kom gekomen was?” vertelde Matthijs.

 

,, En weet je nog dat Margot altijd zo gestressed was in de coullissen!” riep Mark.

Mirjam vulde daar op aan dat zij tijdens de eerste voorstelling van Stoere Jongens vooral haar handen vol had aan een gestressde Margot in de coullissen. Toen ze dat Margot liet weten was Margot daar zo blij mee. Want ze nam een besluit. Dit was tenslotte gedrag en daar kon ze mee stoppen. 

 

( Dus dat ging ze oefenen. Bij Klabam ging ze daar nog een klein beetje de mist mee in. We hadden daar een groot paard op wieltjes. Margot zou Anja helpen met het oprijden vanuit de coulisse. Ik zat in de zaal bij de techniek. En telkens zag ik links voor me een stuk van het paard uit de coulisse komen en dan weer in de coulisse verdwijnen. De scherpte die ze altijd heeft viel helemaal weg op het moment dat de stess van de voorstelling erbij kwam. 

Maar het heerlijke is dat we daarna dan zo de slappe lach met elkaar konden hebben en de tweede voorstelling ging het paard een stuk beter!) 

 

Voor Margot was het werken met de spelers altijd helend. Welke pijn ze ook droeg, bij de spelers was ze zo intens gelukkig, daar werd haar batterij weer opgeladen.

Het verdriet van Margot was zo groot toen zij haar haar verloor door de behandeling. Ze kocht een pruik. En die deed ze voor het eerst op naar Theater Totaal. Zo kwetsbaar en zo onzeker. Maar de spelers waren zo liefdevol en gul naar haar. Margot en ik werkten die dag samen aan scene’s op maat. Tijdens het werken schoof haar pruik een beetje omhoog. Ik keek haar aan, en schoof haar pruik weer recht. Maar de spelers vonden dat de pruik net even anders moest zitten. En daar zaten we. De een na de ander zat even aan de pruik van Margot om te zorgen dat ie zo goed mogelijk zat. En opeens zag Margot die situatie voor zich en kreeg zo vreselijk de slappe lach.

En daarmee was de pruik een veel mindere issue geworden dan dat het in eerste instantie was.

 

Margot schreef het volgende in haar boekje ‘ Altijd op je tenen lopen’.

 

“Voor mij is de openheid van de artiesten in het tonen van hun breekbaarheid elke keer weer een moment van ontroering, een geraaktheid die een diepe indruk op mij achter laat. Wat raakt, is dat het allemaal zichtbaar is, benoemd wordt door de artiesten; dat er niets opgehouden wordt, geen facade, niet verhuld wordt, daar waar ze het ( even ) niet meer weten. Het is zoals ze hun onvermogen tonen, de openheid en kwetsbaarheid waar we zo vaak getuigen van mogen zijn. Dat staat vaak zo haaks op de valide wereld. En juist deze kwetsbaarheid en het nabij mogen zijn is zo vol van het leven zelf. “ 

 

Terug naar donderdag ochtend.

We willen graag nog een paar verhalen met jullie delen.

Berry... Hassan... Richard... Marije...

Marije zei het al.

Lieve schatten, hoe nu verder.

Wij gaan verder Margot. Zonder jou.

Maar we gaan.

 

Het verhaal van Derk Das eindigt als Michiel Mol over de heuvel loopt waar hij Derk voor het laats gezien heeft. 

En hij wou zo graag Derk nog eens bedanken. 

Dank je wel Derk! riep hij in de wind. Dank je wel!

Zou Derk het horen?

Ja... hij voelde het... Derk had het gehoord.

 

Dank je wel Margot.

Dank je wel voor alles..."

 

 

 

 

 

 


Margot's favoriete Theater Totaal docu



 

Corona    ●   workshops online    ●   Seizoen 2020    ●   Margot overleden    ●   Weer webcam    ●   Artikel Charme augustus    ●   Camping Coullons open, ook resto    ●   CD    ●   Nibana Festival    ●   In memoriam Ton van Kempen    ●   Wet AVG    ●   Boek Charme Liefdes